Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde

Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?

(1 Korintiers 15: 55) Het is Pasen geweest. Voor zover we konden hebben we gejubeld bij de t.v., bij een onlineviering. De Heer is waarlijk opgestaan. Maar misschien meer dan anders zijn we ons wel bewust dat in vele gezinnen verdriet de boventoon voerde. Het coronavirus eist zijn slachtoffers. Durf je dan nog te zingen: Dood, waar is je angel? Wat zeggen we eigenlijk als we met Paulus de dood zo triomfantelijk toespreken?

Om een antwoord daarop te vinden moeten we naar de brief aan de Romeinen. Paulus gelooft dat wij met Jezus sterven en opstaan. En dan verwijst hij niet naar een natuurwonder maar naar de doop. Paulus zegt daar dat we met de doop in de dood begraven zijn, het water sluit boven onze hoofden, wij sterven, maar zoals wij oprijzen uit het water, zo zijn we met Christus opgestaan, zo zullen we leven.

Paulus heeft een woord voor dit leven. We hoeven niet te vrezen, ook als de bitterste nood ons overvalt, als de dood voor de deur staat. Paulus spreekt alsof hij tegen ‘een persoon’ spreekt. En ik denk aan alle plaatjes die ons op internet verschijnen, waar het virus wordt voorgesteld als een mannetje. Het mooie daarvan is dat we de dood toe kunnen spreken en op een bepaalde manier de controle krijgen.

Er valt te leven, ook in moeilijke omstandigheden. Dat betekent natuurlijk niet, dat christenen nooit bang zijn. Daarvoor hebben we de dood te diep in de ogen gekeken. De dood stelt ons voor een grens: wie zijn wij, wat doen wij. In geloof zeggen wij dat wij op de grens ook God in de ogen zien. Juist daarom zegt Paulus echter: de angel is eruit. En hij preciseert: de angel van de zonde is eruit. Christus staat met ons op de grens. Ook de dood kan ons niet meer scheiden van de liefde van God.

Wij zijn zondagschristenen. Wij leven op en van de zondag, de dag van de opstanding. Dat geeft ons voldoende zekerheid om de week in te gaan. Want na deze zondag komt er een nieuwe, en een nieuwe, tot het altijd zondag is. Tot die dag mogen we onze dagen tellen en getroost verder gaan.

Trinette Verhoeven